Canada, BC

6 Sep 2011

 

Na het grenshoppen van Alaska naar Canada vice versa, volgen we de weg door het schitterende British Columbia in Canada.   (6 September t/m 29 September) 

 

Vancouver Island

 

Saanichton

 

Van Tsawassen varen we met de ferry naar Swartz Bay op Vancouver Island. Het is 1,45 uur varen. We gaan op familie bezoek in Saanichton. Dien Erickson-Aalbrechtse woont al ruim 50 jaar in Canada. 3 jaar geleden hebben we haar ook opgezocht. Onderweg heb ik haar een paar  keer gebeld en via e mail haar dochter geïnformeerd over onze komst. Als we bij haar aan de deur staan, komen we toch onverwachts. Ze vindt het geweldig dat we er zijn. We kunnen gelijk aanschuiven aan de keukentafel voor de lunch. ’s Avonds kookt ze een heerlijke Hollandse pot; Andijvie met een gehaktbal. Het smaakte onze kostelijk. We blijven een paar dagen bij haar kamperen om vervolgens een gedeelte van Vancouver Island te verkennen. Als we weg gaan worden we overladen met eten. Veel uit eigen tuin, zoals uien, tomaten, aardappelen en knoflook. Maar ze bakt en maakt ook veel zelf, dus geeft ze ons ook brood, muffins en cake mee.  We hebben haar een paar keer gevraagd: Dien, zien we er dan zo slecht uit? 

We zijn helemaal verbaasd als we voor de eerste keer sinds ons vertrek het maandblad ‘Uw Regio’ zien, met ons eigen reisverslag. Een goede Thoolse vriendin stuurt trouw iedere maand het blad op naar Canada. Dien vertaalt het reisverslag voor haar vrienden en kennissen. Zo zie je maar; de wereld is klein. 

 

Tofino/Ucluelet

Van Saanichton rijden we naar de kust(Grote Zee) aan de andere kant van het eiland naar de plaatsen Tofino en Ucluelet. Tussen deze twee plaatsen in is het Pacific Rim National Park. Eerst bezoeken we Tofino een gezellig plaatsje aan de kust, dat nu door veel toeristen bezocht wordt. Op zondag rijden we naar Ucluelet, waarbij we ook genieten van een strandwandeling. Op het strand liggen er grote bossen zeewier ‘kelp’ dit hadden we nog nooit gezien. Dien verteld ons later dat dit uit Japan deze kant op komt. In Ucluelet rijden we naar de vuurtoren. Als we er zijn verteld een dame ons dat de komende dagen de golven heel hoog zullen zijn. Er zijn ook speciale tours “stormwatchers” om dit te zien. Op maandagmorgen waait het behoorlijk, dus gaan we toch even terug om te kijken, maar op dat moment zijn de golven nog niet echt spectaculair.

 

Port Alberni

Van de kust rijden we terug naar Port Alberni. Ongeveer 15 km buiten deze plaats stroomt de Stamp River, waar de zalmen doorheen zwemmen. We overnachten op de camping en gaan bij de watervallen en de speciaal gebouwde ladders kijken. We weten niet wat we zien. De zalmen springen meters hoog uit het water om op deze manier stroomopwaarts te komen. Het is te hopen dat ze op een gegeven moment de ladders ontdekken, want dat is toch iets makkelijker voor ze.

 

We rijden terug naar Saanichton naar Dien. Ondertussen is haar dochter Corin ook gearriveerd. Het is weer ontzettend gezellig bij haar. Ze blijft goed zorgen voor ons met al het lekkere eten. Na twee nachten bij haar gaan we Vancouver Island verlaten. We varen met dezelfde ferry terug naar het vaste land. Daarna zakken we af richting het zuiden. We passeren de grens van USA en zonder problemen ontvangen we een nieuw visum voor 3 maanden.

 

Vancouver

Dan zijn we in de grote stad, elke keer hebben we stapels informatie, maar nu hebben we niets. Van 3 jaar terug herinneren we ons het Stanley Park nog. Een mooi natuurpark aan de zee. We rijden er naar toe, om van het mooie uitzicht van de stad te genieten. Van het Stanley Park rijden we naar Gastown. Dit is een gezellige wijk aan de andere kant van de stad, dichtbij de haven waar de cruise schepen aanmeren. We kennen de straten met winkels nog goed. Wat ons opvalt is dat we wel heel veel restaurants en koffietentjes kennen. Gevoelsmatig hebben we toen veel gegeten en gedronken. Na Gastown rijden we naar Grandville Island. Een leuk gezellig eiland, met eettentjes, een vers markt en veel winkels met kunst. Van hieraf kun je ook met de watertaxi naar de overkant varen. Omdat we de highlights bezocht hebben, hebben we ook gelijk een groot gedeelte van de stad gezien met de auto. Rond 16.00 uur rijden we de stad uit, maar dat blijkt moeilijk te zijn. Het is druk, het verkeer staat vast. Uiteindelijk stoppen we in een voorstad. We besluiten eerst te gaan eten en daarna weer een stukje verder te rijden. 

 

We blijven de Hwy 97 volgen langs de mooie kustroute richting Vancouver. Het blijkt erg moeilijk te zijn om een kampeerplaats te vinden. Voor het eerst staan we nu een nacht bij de Walmart. Een zeer bekende winkelketen in Canada/USA. Het heeft niet onze voorkeur, maar na twee uur zoeken, was dit de beste optie. Dan hebben we dat ook weer eens een keer meegemaakt.

 

Wistler

Terug op de Highway 97 volgen we de weg verder naar het zuiden. We bezoeken Wistler. Dit is een bekend ski resort, maar ook van de Olympische Winterspelen 2010. Als wij in het centrum lopen, kennen we er niets meer van terug. Een mooi plein, met veel kleine winkeltjes en aan het einde zien we de skipiste. De kabelbaan wordt in de zomermaanden veel gebruikt voor mountainbikes. De fietsen gaan mee naar boven en via de berg komen ze naar beneden crossen. Wij hebben dit maar niet geprobeerd.

Bella Coola

Gaan we wel, gaan we niet, vaart de ferry wel of vaart de ferry niet.  Dinsdag morgen rijden we naar Williams Lake. Onderweg hebben wij een toeristenkantoor informatie gehaald van de omgeving, maar ook van Bella Coola. Een plaats aan de kust, die te bereiken is via Highway 20, totaal 450 km. Het is één weg, dus via dezelfde weg rijden we terug. In de zomer kun je gebruik maken van de ferry naar Port Hardy (Vancouver Island). Op dinsdagmiddag besluiten we om naar Bella Coola te rijden. Onderweg zoeken we een mooi kampeerplekje op, om de volgende dag door te rijden. Na ruim 350 km bereiken we de Heckman Pass. De hoogte van deze bergpas is +/- 1500 m. Dit is niet zo spectaculair maar de daling is 18%. Precies op dit gedeelte van de route is het een gravelweg, dus de versnelling laag en heel langzaam naar beneden hobbelen. JP heeft ons veilig in de Bella Coola Vallei gebracht. Ong. 40 km voor Bella Coola is een platform bij de rivier, waarbij je Grizzly’s kunt spotten. Wij hebben het platform 2x bezocht en hebben allebei de keren geluk, want er loopt aan de overkant een Grizzly lekker zalmen te vangen en op te eten. In dezelfde rivier waren ook mensen zalmen aan het vangen voor de zalmkwekerij. Elk jaar vangen ze 400 zalmen, waardoor ze +/- 1 miljoen eitjes hebben. Zodra de zalmen de juiste grote hebben, worden ze uitgezet in de rivier. Doordat ze dit doen, bereiken ze 4-5% zalm terug in de rivier. Zonder de kwekerij blijkt dat er maar 1% van de zalm terug komt in de rivier om kuit te schieten. Wat wij dan wel erg jammer vonden om te zien; de vis wordt dood gemaakt, de kuit wordt eruit gehaald, de staart wordt er afgesneden en terug gegooid in de rivier. Nou wij hadden graag zo’n mooie grote zalm willen hebben, om lekker in de pan te bakken!!

 

Burns Lake

Terwijl we verder naar het zuiden rijden, voelen we de temperaturen stijgen en zien we de zon weer schijnen. Op donderdag morgen besluiten we voor een paar dagen een camping op te zoeken. Enerzijds om te genieten van het mooie weer en anderzijds omdat we het één en ander op willen zoeken via internet. Als we in Burns Lake aankomen, lopen we bij het bezoekerskantoor naar binnen om naar een camping te vragen. Onze wensen; zon, aan een meer, rust en internet. We hadden zo’n perfecte locatie aan het Tchesinut Lake, dat het voor ons erg moeilijk was om weer weg te gaan. De 2 nachten die we gepland hadden zijn uiteindelijk 4 nachten geworden. Het was heerlijk om even een kleine time-out te nemen. 

 

Noorderlicht

Op vrijdagavond zaten we heerlijk met een wijntje bij het kampvuur met uitzicht op het meer. Rond 22.10 uur zagen we ineens, voor ons de eerste keer het Noorderlicht. Een uur lang genoten we van de bijzondere lucht- en lichtverschijnselen.

 

 

 

Please reload

© JP & Hannie, Global Travellers since July 2010