Sfeervolle plaatsen in Bretagne

10 Jun 2016

We genieten van de kust, zowel in Bretagne als in het departement Loire-Atlantique.

De temperaturen worden beter.

Wat wil een mens nog meer; zon, zee en..........

(5 Mei t/m 10 Juni 2016)

 

Ten zuiden van Brest liggen twee schiereilanden. We reizen we naar Camaret sur mer, een klein plaatsje aan het einde van het schiereiland. Met het weer wil het niet echt lukken. In de avond is het dan toch even droog; tijd voor een wandeling naar het uiteinde. Er staan veel bunkers aan de kust, met daarbij vele gedenktekens. Hier zal ook het nodige zijn gebeurd tijdens WWII.

 

De volgende dag gaan we naar het andere schiereiland; we hebben alleen maar regen, regen, regen. We bivakkeren in Crozon, halverwege het schiereiland. We verwennen ons met een galette en een crêpe in een typisch Frans restaurantje. In de ochtend schijnt de zon, op naar

Pointe du Raz, World’s End of… einde van de wereld? Tja, waar is dat eigenlijk. Vanaf de parkeerplaats is het circa 1,5 km lopen naar de kustlijn. Het is een toeristisch locatie met winkeltjes en restaurants. Het blijft bijzonder mooi hier aan de kust. Na de wandeling rijden we een klein stukje verder naar Pointe du Van, voor onze overnachting. Langs de kustlijn in Bretagne zijn overal wandelpaden, dus gaan we in de avond nog even uitwaaien en genieten van de grillige kust.

 

Vele plaatsen op het schiereiland zijn sfeervol. Aan de haven van Audierne maken we een stop, op zoek naar vers brood. Het is laag water, dus vele boten liggen op het droge. De jachthaven ligt vol met zeilboten. Reizend door Bretagne krijgen we de indruk dat alle bewoners ook een boot hebben.

 

Precies onder aan de duinen bij Loctudy kunnen we parkeren. Bovenop de duinen zien we in de verte een dorpje, waar we naar toe wandelen gedeeltelijk over het enorme strand. In verband met de haven kunnen we er via een omweg over de brug toch komen. Weer zo’n relaxed dorpje, dat totaal niet bekend is, maar vele toeristen weten het te vinden.

 

 

In Concarneau is het oude centrum omringd door vestingmuren. Langzaam leren we de winkeltjes wel kennen, zodra we in plaatsen komen waar het toeristisch is.

Toch zien we elke keer weer nieuwe snuisterijen en lekkernijen. We lopen door een grote winkel vol chocolade. JP zegt: het doet me helemaal niets. Ik weet wel beter.

 

 

Met alleen een weg ertussen staan we aan zee in Port Louis. We gaan op de fiets naar het plaatsje toe. Aan de andere kant van het dorp bezoeken we een grote Citadel, waar tevens twee musea gevestigd zijn.

 

Lang geleden ben ik (Hannie) met mijn ouders in Bretagne op vakantie geweest. Nu naderen we de omgeving waar we toen waren. We rijden naar een camperplaats, bijna aan het einde van het schiereiland Quiberon, met de mooie kustlijn. In de avond zien we een schitterende zonsondergang; gewoon vanuit onze eigen truck!

 

 

Zaterdagmorgen is het de wekelijkse markt in het stadje. We pakken de fietsen en rijden met de rugzak op naar Quiberon. Het is schitterend weer, daardoor is het gezellig druk in het stadje en op de markt. Met de boodschappen in de tas en na een kopje koffie op het terras, rijden we met het verse stokbrood voor de lunch terug. Nu is het toch echt tijd om verse vis te eten. We lopen naar het restaurant aan zee, ruim twee km verderop. De keuken gaat om 19.00 uur open, dus wachten we met een aperitief op het terras. Dat wachten wordt beloond met een vol bord Fruit de Mer, dat is pas echt genieten.

 

Via de enigste hoofdweg op het schiereiland rijden we terug. In Carnac bezoeken we het centrum en vervolgens stoppen we bij de Menhirs. Stenen op een rij, die hier lang geleden geplaatst zijn tot een

afstand van 3 km. Nu kan dit ons beiden niet zo boeien, dus na een foto stop, hebben we het wel gezien.

 

In La Trinité sur mer, waar ik destijds met mijn ouders in een hotel verbleef, lopen we langs de boulevard. In de jachthaven, die ook hier enorm groot is, liggen grote wedstrijd catamarans. Na een overheerlijke galette, gekocht bij het kraampje, hebben we weer energie om verder te gaan.

We strijken neer in Baden, dichtbij Golfe du Morbihan. In deze baai liggen 42 eilanden, waarvan de grotere bereikbaar zijn met een ferry. We fietsen naar Port Blanc om rond te kijken aan de baai.

 

De volgende morgen rijden we landinwaarts, naar het kleine dorpje Malansac. Normaal gesproken zouden we hier niet naar toe gegaan zijn, maar nu heeft dit een reden. Als we onze truck hebben geparkeerd op de camperplaats, pakken we de fietsen. Na enkele inkopen in de supermarkt; wijn, brood, paté en kaas, fietsen we over het platteland naar Jan en Marina. Zij verblijven voor twee weken in sfeervol vakantiehuis net buiten het dorp. Het is ontzettend leuk om elkaar te zien. Na een gezellige lunch, bezoeken we Rochefort en Terre. Een Middeleeuws dorpje met supersteile straatjes. Het is leuk om er een paar uurtjes rond te struinen. Het is maandag en de weinige horeca in het dorpje waar we staan, is gesloten. Geen probleem, want wij hebben voorraad genoeg. Ik kook een lekkere maaltijd, die we lekker buiten kunnen eten.

 

Voor het allereerst sinds dat we op wereldreis zijn, heeft JP een andere bijrijder. Jan rijdt met JP mee, Marina en ik rijden achter de truck aan naar La Roche Bernard. Het lijkt eentonig te worden, maar weer zo’n leuk dorpje. Aan de jachthaven is er een grote camping, waar we onze truck parkeren. Langs het water gaan we op zoek naar een restaurant voor een lunch. In Frankrijk heb je overal een ‘Plat de Jour’, een menu van de dag. We kiezen een menu uit, maar ondanks dat we heerlijk eten, krijgen we andere gerechten als besteld. Einde van de middag keren Jan en Marina terug naar hun ‘eigen huisje’. Wij blijven nog een extra dag staan.

 

Twee dagen later is onze laatste ontmoeting in het Middeleeuws stadje Guérande, in het departement Loire-Atlantique. Het centrum is omringd door versterkingsmuren. Als Marina en ik informatie vragen bij het toeristenkantoor, weten we al snel dat we elkaar niet aan moeten kijken. Sebastian gaat helemaal op in zijn rol en vertelt ons in het Engels met een vreselijk dialect, waarbij we onze oren moeten spitsen om alles te volgen. Maar eenmaal buiten weten we waar we moeten zijn, om de mooie locaties te vinden. Na de lunch in een restaurant, struinen we door het centrum. Later rijden we met de auto langs de zoutbedden, waar deze plaats mede bekend om is,

naar Le Croisic. We lopen langs de lange boulevard met de vele winkeltjes, waar we tijdig stoppen voor een consumptie op het terras. Met de auto rijden via een loop over het schiereiland en constateren met z’n allen dat het ook hier weer schitterend is. Terug in Guérande is het moment van afscheid gekomen. We hebben het bijzonder gezellig gehad met elkaar.

 

JP wil warmte en graag gaan vissen, dus zoek ik een locatie op, waarvan ik denk dat deze aan zijn wensen voldoet. Bij Saint Nazaire rijden we gigantische grote en hoge brug over, waar de rivier de Loire uitmondt in zee. Vanaf de camperplaats in Préfailles hebben we goed zicht op de brug. Aan de haven ligt een lange pier, waar de vissers staan. Om een of andere reden, lonkt het JP niet om zelf te gaan vissen. In de middag wandelen we langs de kustlijn naar het dorpje toe. Aan de kust staan mooie huizen, maar velen afgesloten met luiken, zoals we op zoveel plaatsen al gezien hebben.

 

Als we Saint Jean de Monts binnen rijden, zien we de ene na de andere camping. Waarom is het hier zo toeristisch, vragen we ons af. Hier zijn aan de kust grote stranden, niet eens zulke mooie, namelijk vol met keien, maar toch aantrekkelijk voor velen. In het dorp zelf aan de boulevard, zien we een drukke winkelstraat met ‘schreeuwerige’ winkels. Het doet ons denken aan een kermis.

 

De chauffeur wil kilometers maken, dus rijden we voor het eerst sinds ons vertrek een afstand van

150 km. Dat gaat natuurlijk nog nergens over, maar rijdend over een snelweg, merk ik al snel dat het suf en saai is.

 

We hebben geluk als we een overvol parkeerterrein op rijden in de grote havenstad

La Rochelle en er net voor ons een camper vertrekt. JP maneuvreert de truck keurig in de rij tussen de andere campers. Het is niet de ideale plek, maar wel super dat we zo dichtbij het centrum in een redelijk grote stad kunnen staan. Na een koffie break, gaan we alvast op verkenningstocht. Precies aan de andere kant van het centrum bij de haven vinden we het toeristenkantoor, waar we een plattegrond van de stad gaan halen. Na een aantal uren rondlopen en een diner op het terras, wordt het tijd om terug te gaan. De volgende morgen gaan we de stad verder verkennen op de fiets. JP heeft de route voorbereid en fungeert als ‘tourguide’. Bij de haven met de verschillende grote torens, zien we op afstand een grote jachthaven waar het vol ligt met zeilboten. Met vers brood in de tas, rijden we terug naar de truck. We vinden het leuk om een goede indruk te hebben van deze stad, waar je zeker een aantal dagen zou kunnen verblijven, maar wij vinden het goed zo.

 

 

We zoeken in de middag de rust en ruimte op. We gaan naar Ile de Ré, het eiland dat middels een lange tolbrug verbonden is met La Rochelle. Grote stranden, oesterbanken op het strand, wijnranken, natuurgebieden met zoutbedden en hoofdzakelijk witte woningen met groene luiken. Dat is in het kort omschreven, wat er te zien is op het eiland. We genieten intens van het eiland. Al snel zeg ik: op dit eiland kun je makkelijk 100 jaar worden, zo relaxed is het. Het is een vlak eiland, dus bij velen worden de fietsen van de campers gehaald of een fiets gehuurd. Over heel het eiland zijn mooie fietspaden aangelegd en met een plattegrond en de verkeersbordjes is het goed te doen om het eiland fietsend te verkennen. Na twee dagen op de fiets, komen we einde van de middag moe maar voldaan met rode koppies van de zon terug bij onze truck.

 

Na Ile de Ré stationeren we ons in La Tremblade, midden in de oesterstreek. Op een paar km afstand ligt Ronce-les-Bains, waar grote stranden zijn met uitzicht op het eiland Ile d’Oléron. We gaan de omgeving nog verder verkennen en zeker een paar oesters proeven. 

 

 

 

Please reload

© JP & Hannie, Global Travellers since July 2010