Argentina (3)

10 Nov 2014

 

Na het passeren van de ‘Rio Colorado’ zijn we officieel in Patagonia. 

Ons einddoel, Ushuaia is nog vele km’s rijden richting het zuiden. 

(10 November 2014 t/m 4 Januari 2015)

 

van Puerto Deseado naar Ushuaia

 

 

Het is een weg van 140 km enkele reis om in Puerto Deseado te komen, maar eenmaal aan de kust is het een plaatje om te zien. De rivier ‘Rio Deseado’ mondde in het verleden uit in de zee, tegenwoordig stroomt de zee in de monding.  We zoeken een goed plekje uit op de camping, waarbij we optimaal de warmte van de zon opvangen en proberen zo min mogelijk last te hebben van de koude, snijdende wind. Tijdens een boottocht varen we over een gedeelte van de monding. We zien een zeehondenkolonie, waarvan de meeste (zwangere) vrouwtjes en kinderen heerlijk liggen te zonnen. De zodiac meert aan, zodat we dichtbij de pinguïns kunnen lopen en zitten. Tegen de rotsenwanden leven ‘comorantes’ en andere vogelsoorten, veelal zitten ze nog te broeden. Een enkele dolfijn spartelt rond langs de boot. Later zien we de dolfijnen vanaf het strand volop in het water springen. 

 

 

Na een paar heerlijke dagen aan de kust, rijden we via dezelfde weg terug naar de ‘Ruta 3’. In Piedrabuena verblijven we voor twee dagen op de camping op het eiland ‘Isla Pavon’. Nadat we onze was hebben gedaan en we weer een keer goed internet hadden, willen we het Parque Nacional Monte Leon bezoeken. Door de vele regen in de afgelopen dagen, is de weg naar het park gesloten. We willen niet wachten tot de volgende dag en dat is maar goed ook. Want in de avond, valt wederom de nodige regen. Vanaf dat punt zakken we vrij snel af richting het zuiden. 

 

 

 

 

 

 

We gaan het nu goed voelen dat de temperaturen lager zijn, er veel wind en regen is. Met hier en daar een tussenstop voor de nacht, komen we aan bij de grens van Chili. Om op het eiland Tierra del Fuego te komen, ontkom je er niet aan om een gedeelte door Chili te rijden. Eerst uitchecken bij Argentina en vervolgens inchecken bij Chili en dat twee keer  op een dag. Jammer genoeg is het ons niet gelukt om al onze vers producten op te eten, dus moeten we het een en ander inleveren bij de grens. We varen met de ferry over naar Vuurland, wat bijzonder vlot gaat. We hoeven amper te wachten en als we op de boot staan, zijn we binnen een paar minuten aan het varen. De overtocht is circa 20 minuten. Tot net voorbij de grens van Argentina (tweede keer) is de onverharde weg bijzonder slecht. Als we het papierwerk bij de grens gedaan hebben, vinden we net achter de grenspost een prima plekje voor de nacht. 

 

Op de laatste dag van het jaar 2014, is het nog 290 km rijden naar Ushuaia. De weg is goed en langzaam zien we het landschap veranderen. Er groeien weer bomen, we zien bergen met hier en daar witte toppen en blauwe meren. In de middag komen we aan op de camping, waar we verrast zijn dat het zo rustig is. We wisten al dat de ‘bekende’ camping gesloten was, waar volgens zeggen het elk jaar rond deze tijd druk is met ‘overlanders’. Ondanks dat het niet druk is, hebben we een gezellige jaarwisseling samen met andere reizigers. In het centrum en bij de haven van Ushuaia is het gezellig druk. Er zijn veel toeristen die een trip maken naar Antarctica of een boottocht door het Beagle Canal. 

 

Na een paar dagen rijden we naar het Parque Nacional Tierra del Fuego. Bij de baai ‘Bahia Lapataia’ staat een mooi bord: ‘Fin del Mondo’. Einde van de wereld en tevens einde van Ruta 3, de weg die wij vanaf Buenos Aires gevolgd hebben. In het park blijven we een nacht kamperen en maken we de volgende morgen, als de zon weer heerlijk schijnt een wandeling. Daarna keren we terug naar de camping net buiten het PN. 

 

Wij maken ons klaar voor een nieuwe uitdaging. Een tien daagse reis naar Antarctica. We gaan onze koffers tevoorschijn halen en kijken of we genoeg warme kleding bij ons hebben, om af te reizen naar het koudste continent op deze aarde. 

 

Rada Tilly

Het weer is omgeslagen, er waait een straffe wind. Deze dag rijden we ongeveer 300 km over verharde weg. Soms is de vraag wat nu prettiger rijdt; verhard of onverhard. Er zitten enorme diepe sporen van het zware vrachtverkeer in de weg, met de hevige wind erbij, vergt dit intense concentratie van de chauffeur. Na onze inkopen in de luxe supermarkt, rijden we naar de camping in Rada Tilly. De ‘overlanders’ zijn goed vertegenwoordigd, met 4 andere trucks, waarbij Duitsland de overhand heeft, staan we te kamperen. Na de onverharde wegen en de hevige wind, is het tijd voor een poetsdag. Zowel de binnenkant als buitenkant van de auto, is een en al stof en zand. Qua eten hebben we een gevarieerde week. Deze avond eten we rode kool met een gehaktbal, een heerlijke maaltijd. 

 

Camarones

We nemen afscheid van de pinguïns. Laat in de middag rijden we naar Camerones via een onverharde weg (ripido). Het is een mooi gebied, waar we af en toe een glimp op vangen van de kust. De dagen worden langer, na 21.00 uur gaat de zon pas onder. We hebben een prima locatie met aan de overkant van de straat de zee. In deze plaats willen we graag garnalen( = camerones) eten. We kopen ze bij de campingbeheerder, met een bakje speciaal voor te vissen. JP gaat vissen, maar dat duurt wel even, want eerst moet de roest van de hengel worden verwijderd. Uiteindelijk kan hij na een hengeltje uitgooien. In de avond eten we overheerlijke gamba’s. 

 

Punta Tombo

In de brochure lezen we dat er een grote kolonie ‘Pingüino de Magallanes’ leven bij Punto Tombo. Bij de entree is er een mooi gebouw met info over de pinguïns. Iets verderop kunnen we de geweldige leuke pinguïns zien. Het zijn er echt bijzonder veel. Het verbaast ons dat ze zover van de zee af lopen, waar ze een nestje hebben. Overal in het gebied zijn gaten in de grond gegraven, waar nu de jonge pinguïns in zitten. Zelfs zien we nog een nest waar een ei in ligt. We lopen op zeer korte afstand van alle beestjes die lekker liggen, in het zonnetje staan of een duik in het water nemen. 

 

Gaiman

Van de kust rijden we naar de ‘Chubut Valley’. We moeten weer even omschakelen, want eenmaal in de het plaatsje Gaiman, gelegen in de vallei, is het zeker 10 gr warmer. In het verleden hebben pioniers uit Wales zich hier gesetteld. In de middag lopen we naar één van de vele theehuizen toe. De tuin is in typische Britse stijl; strak geknipte plantenbollen, strakke hagen en kleurrijke bloemen. Als we binnenstappen trekken we onze wenkbrauwen op van verbazing. Overal hangen foto’s aan de muren van ‘Lady Di’. Het is een groot restaurant waar de dames in gepaste kleding ons bedienen. We bestellen een High Tea. We krijgen brood met marmelades, scones, een grote pot thee en we tellen 9 verschillende soorten taart. We kunnen bijna niet meer op of om, als we met en bolle buik van tafel af rollen.

 

Peninsula Valdés

Het schiereiland Valdés is een beschermd natuurgebied, waar we rond rijden en op enkele plaatsen aan de kust stoppen. De wegen zijn onverhard, maar zeer goed. Eerst stoppen we in Puerto Piramides, want we willen een boottour boeken om walvissen te spotten. Het is verwarrend voor ons, want de dame in het kantoor vertelt dat de boot gaat varen, maar bij de boot is niemand te vinden. Er komt teveel wind, dus varen ze die dag niet meer uit. We gooien de plannen om. Na de lunch rijden we 107 km naar Punta Norte. Daar liggen op de rotsen zee olifanten lekker in de zon te bakken. In onze ogen lijken het net zeehonden, maar blijkbaar is er toch een verschil. Bij het volgende uitkijkpunt Caleta Valdés lopen ‘Pingüino de Magallanes’ in het rond. Sommige pinguïns staan met de volle borst richting de zon, om de warmte op te vangen. Bij het laatste uitkijkpunt Punta Delgada, waar een vuurtoren en een hotel is, zien we vanaf hoogte op het strand enorm veel zee olifanten liggen. Regelmatig worden langs de kust orka’s gezien, maar jammer genoeg hebben we dat geluk niet vandaag. Niet alleen is er veel ‘Marine Wildlife’ maar ook op het land, zien we verschillende diersoorten:

guanaco’s ( lama), struisvogels, mara (cavia) en meerdere dieren waar de naam niet van weten.

 

Langzaam aan zien we steeds meer ‘overlanders’. De meesten zijn op weg naar het zuiden. Zo ontmoeten we Gerard, een Nederlander die al drie jaar onderweg is. Naast hem staat een enorme grote truck van het Britse koppel, Gabriëlla en Robert.

 

Op zondagmorgen gaan we opnieuw naar de haven toe. Vandaag is het een schitterende, zonnige dag met weinig wind. We stappen aan boord van een zodiac om walvissen te spotten. Er leven er genoeg in de baai, soms weten we niet waar we eerst moeten kijken. We krijgen een geweldige show, waarbij de walvissen regelmatig een duik nemen, waardoor de staart goed zichtbaar is. 

 

Puerto Madryn

We blijven aan de kust, we rijden zuidelijk naar de stad Puerto Madryn. Het lijkt wel of de kleur van de zee steeds mooier blauw wordt. We hebben een paar dagen super warm weer. De camping is buiten de stad, waar we vanaf de weg uitkijken op heel de baai. We blijven over het water turen of we geen walvissen zien, maar die leven niet in deze baai.

 

Las Grutas

We zullen afstanden moeten overbruggen om in het zuiden te komen. Het is ter afwisseling leuk om regelmatig een afslag richting de kust te nemen, want op de Ruta 3 is de omgeving saai. Zo komen we in Las Grutas terecht, een toeristisch plaatsje waar wel 10 campings zijn. Niet handig, want dan worden we te kritisch. Langzaam wennen we er aan, dat alles stoffig is en de ondergrond op vele locaties zand is. Een aardige dame gaf ons een tip voor een camping, die we op dat moment niet kunnen vinden. De volgende morgen gaan we wandelen, op zoek naar de bewuste camping buiten het dorp. Via het strand lopen we terug naar het centrum, aan alle winkeltjes is goed te zien, dat deze plaats behoorlijk toeristisch is. 

 

(Balneario) El Cóndor

Van het meer rijden we naar de kust.  El Cóndor is een klein dorpje, maar heeft 6 campings, dus we kunnen uitzoeken. Drie ervan zien er verwaarloosd uit en 1 is er gesloten. In de kliffen aan het strand, leeft de grootste kolonie ‘Loros Barranqueros’ (rots parkieten) ter wereld. Bij laag water kunnen we over het strand langs de kliffen lopen en de vogels goed zien en vooral horen. Wat is dat een gekwetter. We vinden het heel gek dat dit geen beschermd gebied is. Mensen parkeren de auto pal voor de kliffen op het strand. Meerdere keren maken we een wandeling over het strand en via de bovenkant kunnen we teruglopen. Vanaf hoogte, neerkijkend op de vogels hebben ze totaal andere kleuren.

 

Circa 33 km verderop is Punta Bemeja, een beschermd gebied met één van de grootste kolonies ‘La Loberia’ (zeehonden). Het is een plaatje om te zien. Zoveel zeehonden, die toch hoofdzakelijk lekker liggen te zonnen op de grote rotsplateau’s.  

 

Lago Parque La Salada

Weer op de weg volgen we Ruta 3. Onderweg krijgen we eerst een fruit controle. Er wordt vluchtig in de auto gekeken, waarbij de koelkast open moet, maar alles ik prima. We betalen de tol, waarbij de auto circa drie druppels desinfecteermiddel opvangt. We moeten er wel om lachen. Helaas moeten we om reden terug, dat betekent dat we nogmaals dezelfde controle krijgen. Nu hebben we een andere controleur, die in de auto kijkt. Hij ziet een mooie, verse groene paprika liggen; dat is verboden, zegt hij. Ik heb daar zo mijn eigen gedachtes bij, maar goed. De tol blijkt nu maar de helft van het bedrag te zijn, dus dat compenseert de kosten van de paprika. 

 

Halverwege onze route, ligt het park ‘La Salada’. Aan een enorm meer, ligt een groot, en goed verzorgd recreatiepark. We zijn de enigste gasten op de camping, hoewel er genoeg toeristen overdag het park bezoeken. De volgende dag maken we een wandeling rond het meer. 

 

Bahia Blanca

In ons boek lazen we geen info over Punta Alta, maar we gaan toch even kijken. De kust is onbereikbaar,

 omdat het een militaire gebied is. Als we het terrein op rijden, komen 3 agenten snel in actie. We vragen vriendelijk hoe we bij het strand kunnen komen. We rijden naar Bahia Blanca; een grote stad aan de kust. Ver buiten de plaats is er een ‘Balneario’ een natuurlijk zwembad, met er naast een camping. Een medewerker vertelt ons dat de prijs 50 peso’s p.p. is. In de avond rond 21.00 uur staat er ineens de bewaker voor ons. Hij vertelt ons dat het 100 peso’s p.p. kost. Al snel raken we in discussie, we worden het niet eens met elkaar. We kunnen buiten de poort staan, dan betalen we niets. We hebben het helemaal gehad met hem, dus pakken we alles in en parkeren we de auto op het terrein ernaast. Drie honden bewaken onze auto en later op de avond patrouilleert er ook nog een politieauto. Hoe veilig kunnen we zijn? Als we de volgende morgen ons kopje koffie staan te drinken, zien we het grote bord, net voor onze auto ‘Verboden te kamperen’. 

 

Monte Hermoso

Onderweg zien we dat er veel regen is gevallen, want grote gedeeltes van de weilanden staan onder water. In heel het gebied is veel graanindustrie. We passeren enorme, grote graansilo’s die ook aan het begin van de stad Necochea stonden. Om de route te onderbreken, nemen we de afslag naar Monte Hermoso, een plaatsje aan de kust. We zijn elke keer de grote drukte voor. Of de vakantie is nog niet begonnen of het weekend is net voorbij. Op veel campings zijn groepen met kinderen. Als afsluiting van het schooljaar kamperen ze een paar dagen met elkaar. Zo gebeurt het ook, dat campings (nog) niet open zijn, want het hoogseizoen is hooguit 2 a 3 maanden. 

 

Necochea

Ter voorbereiding van onze reis richting het zuiden, keek ik op de kaart en las ik in ons reisboek, wat er te zien is. Al snel begon het liedje, waarvan ik twee woorden ken ‘In Necochea’ (een nummer van Zangeres zonder Naam) door mijn hoofd te spelen. We blijven op een mooie camping net buiten de plaats Necochea. Als we een klein tunneltje door lopen, staan we op het uitgestrekte strand. Slaan we links af, dan lopen we naar het centrum, slaan we rechts af, dan zien we schitterende villa’s staan boven aan de duinen. Het weer is onvoorspelbaar. Zo hebben we een stralende dag, met super warm weer en de volgende dag is het guur met een flinke harde wind. Het stadje lijkt een beetje op Miramar, hoewel hier alles is verouderd. Er staat aan de boulevard een groot Casino, het is dubbel gokken. Gokken om geld en gokken voor je leven, want als we naar boven kijken, zien we flinke gaten het beton, de vloer van het gebouw. 

Miramar

 We willen niet al te snel naar het zuiden toe, omdat het anders nog veel te koud zal zijn. Zo rijden we een stukje verder van Mar del Plata naar Miramar. Op zondag is het goed druk op de camping, maar daarna hebben we bijna het rijk alleen. Als we over het strand lopen, zijn er (nog) weinig zonaanbidders. Het is een warme dag; prima weer voor een barbecue. Nu zijn wij een vreemde eend in de bijt, want wij eten begin van de avond. Bij de Argentijnen gaat rond 22.00 uur ’s avonds de barbecue pas aan. Van grote afstand zien we onweer, dat uiteindelijk onze kant op komt. Het blijft heel de avond doorgaan, totdat het ook begint te regenen. Even lijkt het of het rustiger wordt. We zitten binnen en schrikken ineens enorm van een geluid. Het is een flinke hagelbui, met hagel zo groot als knikkers. Wat een geluk dat we gedeeltelijk met de auto onder een boom staan, althans de motorkap, anders had de auto zeker schade gehad.  Na nog een sombere dag, laat de zon zich weer zien. 

 

Mar del Plata

Als we de volgende dag de route vervolgen, zien we van grote afstand de grote stad Mar del Plata. De kustlijn heeft hoge kliffen en vele stranden, die dichterbij de stad, vol staan met strandtentjes die toeristen kunnen huren. Aan de boulevard, die uit twee lagen bestaat, stoppen we voor een kopje koffie en om van het uitzicht te genieten. Victor, een radio man, stopt en maakt een filmpje van onze auto. We maken een kort praatje met hem en wisselen onze visite kaartjes uit. Later zien we ‘ons’ filmpje terug op Facebook. 

 

Buiten de stad is een grote camping waar we neerstrijken voor een aantal dagen. Met de bus rijden we naar de stad terug. Dat is zeker 10 km, waarvoor we € 0,50 betalen. Aan de boulevard staat een enorm groot, vrij nieuw gebouw, het casino. Dit is het centrale punt van het centrum en de boulevard. Ondanks dat het voorjaar is, voelen we goed de koude wind uit het zuiden. Het is leuk om een paar uurtjes rond te struinen door de winkelstraten en over het plein in het centrum. Vooral de stranden en de boulevard zijn de grote trekpleister van deze stad.

 

Mar Chiquita

Jammer genoeg slaat het weer halverwege de ochtend om. Het is grijs, koud en we hebben veel regen. Nu we langs en door de badplaatsen rijden, ziet alles er somber uit. In deze periode van het jaar is er nog veel gesloten, want het hoogseizoen begint vanaf December. In de badplaatsen zijn alleen de hoofdstraten geasfalteerd, de andere straten zijn zandwegen. Met als gevolg; bij regen een blubber boel en bij droogte grote stofwolken. Er is genoeg Horeca in de badplaatsen, waar we uit opmaken dat het in de zomermaanden goed druk zal zijn. In de middag stoppen we bij een camping, dat achteraf niet zo’n goed idee blijkt te zijn. Bij het weg rijden, raken we vast in het mulle zand. Een lier en een dikke eucalyptus boom brengen uitkomst, hoewel de boom na afloop een dikke snijwond heeft opgelopen. Bij een volgende camping in Mar Chiquita, waar de campingbeheerder aanwezig en alles aanwezig is, kunnen we niet staan, want het is nog gesloten. We rijden naar de boulevard van dit super rustige plaatsje en parkeren pal voor het gesloten toeristen kantoor. JP ontdekt nog een stopcontact, zodat de auto voorzien is van stroom. Een perfect plekje voor de nacht. 

 

Chascomus

We volgen Ruta 3 de stad uit, richting het zuiden. Eenmaal buiten de stad, wordt het rustiger en zijn we al snel weer gewend aan ons leventje. In de middag stoppen we op een camping aan het meer. Het is heerlijk weer; de stoeltjes naar buiten, kopje koffie erbij en een beetje warmte van de zon opvangen. De volgende morgen rijden we naar het stadje Chascomus toe. We parkeren de auto in een straat, waar de bomen, schitterend in bloei staan. Na een bezoek aan dit stadje, volgen we onze route richting de kust ‘La Costa Atlantica’. In San Clemente verblijven we op een camping, met aan de overkant van de straat het strand en de zee. Het is een prima plekje, maar toch rijden we de volgende dag weer verder. Bij het weggaan krijgen we van de campingbeheerder Louis, een bijzonder aardige man, een t shirt en een stikker. 

 

Buenos Aires

Al snel voelt het weer helemaal vertrouwd, als we terug zijn op de camping net buiten de grote stad Buenos Aires. De koffers worden uitgepakt en de eerste boodschappen worden gedaan bij de lokale supermarkt. JP voert een aantal verbeteringen aan de auto door, met de meegebrachte materialen uit Nederland. Op zondag rijden we terug naar de stad, om zo de grootste drukte te vermijden. We parkeren onze auto op dezelfde plaats, als de vorige keer aan de haven. Nu ligt er een schitterend zeilschip, een driemaster. In het centrum horen we van afstand muziek. Er staat een podium in een van de straten, dichtbij het plein. Er wordt gedanst op de Arabische muziek, waar op het laatst een enorme vlag afgerold wordt over het publiek. 

 

Maandagmorgen lopen we terug naar het plein, naar het kantoor van de douane. We willen ons ‘vehicle permit’ laten verlengen met 3 maanden, gelijk aan verblijfsduur in ons paspoort voor Argentinië. We zijn te vroeg, want om 10.00 uur gaat de balie open. Geen probleem, we wachten wel even. De dame die dit regelt, komt zelfs pas om 10.30 uur binnen lopen en neemt dan de tijd, zo denken we,  om het weekend met haar collega’s door te spreken. Dan is er iemand zo opmerkzaam om haar er op te attenderen, dat er mensen zitten te wachten. We worden vriendelijk geholpen en na circa een half uur, heeft de dame het simpele A4 formulier voor ons klaar. Nu kan onze reis echt gaan beginnen.

 

 

 

Please reload

© JP & Hannie, Global Travellers since July 2010