Guatemala

11 Jun 2012

 

 

Een land met rondscheurende, luid toeterende, maar zeer kleurrijke bussen.

Een bezoek aan de stad Antigua mag absoluut niet ontbreken

(11 Juni t/m 10 Juli 2012)

 

Antigua

We hobbelen deze dagen heen en weer tussen Guatemala City en Antigua. Dit heeft alles te maken met de werkzaamheden aan onze auto. Op zaterdagmiddag als de werkmannen klaar zijn, rijden we terug naar Antigua. We hebben daar een prima plekje. Het is weer erg gezellig als we andere reizigers te ontmoeten. Ook deze keer wordt het weer een lange avond. Op zondag hebben we zoals vele mensen een rustige dag, zo hoort dat toch? Maandag morgen rijden we terug naar het bedrijf voor de laatste werkzaamheden aan de auto. De laatste dagen brengen we voornamelijk door in Guatemala City. Na 5 dagen hard werken hebben de werknemers van het bedrijf Maquipos een zeer solide box gebouwd voor de generator. Deze is aan en de achterkant van de auto bevestigd, waarbij  werkelijk overal aan gedacht is. Hier kan echt niets mee gebeuren.  Zo rijden we zeer tevreden de werkplaats uit en nemen we afscheid van iedereen. Zo nemen we een dag later afscheid van Guatemala. 

 

Mixco (bij Guatemala City)

Tijdens het reizen maken we gebruik van verschillende websites. Zo vinden we vaak plaatsen voor een overnachting. Terwijl we terug rijden naar Antigua zie ik een bord Cabaña Suiza dat me bekend voorkomt. We nemen de afslag, waar we gelijk op een ruim grasveld parkeren. We melden ons aan bij de receptie. Het is geen enkel probleem om hier te blijven. Later worden we warm ontvangen door Walter en Marie Antoinette,

 

mede eigenaren van het familie bedrijf. Opa is hier in het verleden met een boerderij begonnen, ondertussen is het uitgebreid met een hotel, een goed restaurant en een gelegenheid voor grote evenementen. We krijgen een kamer aangeboden en we mogen zo lang blijven als we willen. We zijn verbaast, verrast en genieten er van. Ze willen meer bekendheid krijgen bij ‘Overland’ reizigers, zodat ze deze mooie plaats weten te vinden met alle faciliteiten die nodig zijn. Ze maken foto’s van ons voor hun website. 

 

Antigua

Vanaf Chichi rijden we via de PanAmerica naar Antigua. Het bekende koloniale stadje, omringd door 3 vulkanen. Zoals vele ‘Overland’ reizigers weten, kunnen we bij de Policia Tourismo kamperen. Met ruim 20 (of meer) politieagenten om ons heen, is het een veilige plaats om te verblijven. Voor het eerst zien we vele andere reizigers, die hier een stop maken voor een aantal dagen. We zien de familie uit Guadeloupe weer en Jules en Melanie uit Frankrijk. De eerste avond is het al gelijk feest als onze ‘Tsjechische

’buurtjes’ Zuzana en Carmill bij ons komen zitten met een fles Mezcal. We vieren om twaalf uur s’ nachts Carmill’s verjaardag en rollen zeer laat ons bed in.

 

De volgende dagen verkennen we het sfeervolle stadje. In de straten liggen kinderkopjes en zijn alle panden kleurrijk geschilderd. Er zijn vele winkeltjes, restaurants en cafés. Als je hier rond loopt, wordt je automatisch een beetje verliefd op dit stadje. In het centrum zijn een aantal Mercado Artisan (souvenirs markten) te vinden, maar dat zijn niet de enigste. Net achter onze camping is een grote souvenirs markt, met daarbij nog eens een supergrote markt waar je echt alles kan kopen. Zodra je door de smalle gangen loopt, weet je niet wat je ziet zoveel handel dat er is. Er zijn verschillende afdelingen gemaakt, waardoor je oriëntatiepunten hebt, in de wir war van alle kraampjes. Wat je ook zoekt, het is altijd wel ergens te koop. De mensen helpen je graag om te vertellen waar je het kunt vinden. 

 

In de tussentijd rijden we naar Guatemala City. Al vanaf het begin willen we een generator op onze Ford. In USA ging dit erg moeizaam. Nu we zuidelijker reizen, zijn er steeds minder campings, waar je in kunt pluggen voor elektriciteit. We hebben vooraf contact met Miguel werkzaam bij Cummins. We bezoeken het bedrijf en worden warm ontvangen door Miguel en Eri. Ruim twee uur wordt er gepraat, gebeld, gemeten etc om voor onze auto de juiste oplossing te vinden. Na overeenstemming met elkaar starten ze op vrijdag met de werkzaamheden.

 

Chichicastenango (Chichi)

Na een aantal heerlijke dagen bij Lago Atitlán in Panajachel nemen we afscheid van Simone en Olaf. Wij rijden naar Chichicastenango ongeveer 35 km verder. De afstand is niet ver, maar we moeten heel veel haarspeld bochten nemen, voordat we in het plaatsje arriveren. Twee keer per week, op donderdag en zondag is het markt. Vele lokale mensen uit de omringende bergdorpen komen hier naar toe om inkopen te doen. De markt bestaat uit twee gedeeltelijks. Voor de toeristen is er genoeg uitzoek betreffende kleden,tassen, sjaals etc. Het is zo mooi om te zien hoe de verkopers hun kraampjes ingericht hebben. Dit brengt een hoop werk met zich mee. Daarnaast wordt er veel groente, fruit, vlees, vis en huishoudelijke artikelen verkocht. Bij de kerk is een ritueel van de Maya’s. De trappen staan vol met bloemen en mensen, waar wierook wordt gebrand. De vele kleuren is iets wat ons bij zal blijven. Niet alleen van deze markt, maar door heel Guatemala houden de mensen van kleurrijke (traditionele) kleding en stoffen. 

 

Panajachel

 

In de morgen zijn we al weer vroeg op pad. We maken heel wat bochten door de westelijke hooglanden om uiteindelijk de PanAmerica (CA 1) te volgen richting het bekende meer ‘Lago Atitlán’. We realiseren ons elke keer dat wij deze wegen maar eenmalig rijden. De mensen die hier wonen,  moeten altijd over deze slechte wegen rijden. In de loop der jaren zijn er stukken van de weg weggeslagen, waardoor er omleidingen zijn gemaakt. We zien ook dat er gedeeltes van de weg smaller zijn, door alles wat van de bergen af komt rollen. Er wordt geen of weinig onderhoud gepleegd, waardoor de wegen vol grote putten zitten. Soms is het echt levensgevaarlijk. En naast de putten, is het soms vol op de rem voor een verkeersdrempel (= tumulos). Na vele bochtjes en behoorlijk dalen, komen we einde van de middag in Panajachel aan, een plaatsje aan het meer ‘Lago Atitlán. Terwijl we op zoek zijn naar het adres, worden we aangesproken door een meneer. Hij wijst ons op een andere camping, die nog mooier is. We willen wel even kijken hoe de situatie is. We zijn zeer verrast als we de truck van Simone en Olaf zien staan. Sinds Oregon (sept 2011) hebben we elkaar niet meer gezien. Het is hier een mooi plekje aan het meer om te genieten van een rustig weekend en om gezellig bij te praten met elkaar.

Carratera 7W

 

Graag willen we de hooglanden in het westen bezoeken. Ook deze keer is er twijfel welke weg we gaan rijden. Kiezen we de (gedeeltelijke) onverharde weg of de behoorlijk langere verharde weg. Andere reizigers schreven ons ‘It’s a horrible road’. We ontmoeten Amerikanen die de route net hebben gereden. Nee, het is een prima weg, een klein gedeelte is slecht. Oké dan gaan we ervoor. We stappen ’s morgens vroeg in de auto en nemen de afslag 7W. De eerste 5 km naar het eerste dorpje gaat prima. We denken dan nog, waar hebben we ons zorgen om gemaakt. Die gedachte verandert heel snel, want ruim 35 km is de weg super slecht. We rijden deze afstand in ruim 6 uur!!! Wat zijn we blij als we eindelijk op de geasfalteerde weg rijden. We maken een stop in Sacapulas voor onze overnachting. Onderweg had ik in onze reisgids gelezen over een restaurant aan de  rivier ‘Rio Negro’ waar je heerlijke vis met papas fritas (=friet) kan eten. Na zo’n rit hebben we dat wel verdiend. Ze hebben dan wel geen vis, maar met vlees smaken de frietjes ons super lekker. 

 

Cobán

 

Na weer een goede en veilige nachtrust, rijden we terug naar Cobán via dezelfde onverharde weg. We hebben geluk dat het de afgelopen avond en nacht niet geregend heeft, waardoor de grond droog is. In het plaatsje Languin maken we een stop voor ons ontbijt. Er wonen zoveel mensen in dit gebied. Ondanks dat ze een houten woning met golfplaten hebben, krijgen we de indruk dat de mensen hier een goed leven hebben. Er is eten, water en elektriciteit en ook hier is de mobiele telefoon niet meer weg te denken. De meesten hebben een stuk land om groentes (veelal maïs) te verbouwen. De mannen zien we op het land werken en de vrouwen zijn met eten bezig of verkopen dit. Sneller als verwacht, zijn we terug bij de geasfalteerde weg. Wat is dat dan toch weer luxe. Ten zuiden van Cobán overnachten we bij het Ecocentro Holanda. Een erg toepasselijke naam vonden wij.

 

Semuc Champey

We rijden na de grot via het plaatsje Languin verder door over de onverharde weg naar Semuc Champey. Ondanks dat vele busjes en pick up auto’s hier behoorlijk doorrijden, is het voor ons een hele tocht om bij de ingang van het park te komen. Als we net geparkeerd staan, worden we begroet door een NLD- stel, die hier op vakantie zijn. Als ze net weg zijn, komen er 3 enthousiaste NLD studenten. Ze hadden ons in Cobán al zien rijden en kregen kriebels, want: was dat nou de auto van het programma ‘3 op Reis’? Zij zijn na hun studiereis naar Cuba nu de landen Mexico, Guatemala en Honduras aan het verkennen. ’s Middags lopen we naar de watervallen toe. Het zijn 5 verschillende plateaus, waar het water langzaam naar beneden stroomt en uitmond in een rivier. Dit is één van de plaatsen, waar vele toeristen naar toe komen tijdens een rondreis door Guatemala. Het is fantastisch mooi en het water is bij deze warme temperaturen behoorlijk verkwikkend. 

 

Grutas de Languin

We vragen lokale mensen hoe de conditie van de wegen zijn richting Cobán. Er is een onverharde (kortere) weg en een hoofdweg, waarbij we terug moeten rijden naar Rio Dulce. We besluiten via de hoofdweg te rijden. Onderweg stoppen we in de buurt van Rio Hondo. Bij een Ecocentro denken we te kunnen overnachten op de parkeerplaats (tegen betaling). Maar het is niet mogelijk. Een jongeman rijdt ons voor naar een groot winkelcentrum 10 minuten verderop. Er lopen zeker 5 bewakingsmannen rond, we hoeven ons geen zorgen te maken over de veiligheid. Na goedkeuring parkeren we de auto in een rustige hoek. Toch staan ze ’s avonds aan de deur, want we moeten de auto aan de voorkant parkeren. We pakken alles in en worden door 4 bewakingsmannen op een afstand van 200 meter naar onze nieuwe plek geëscorteerd. Het was een geweldig fotomomentje geweest. Oké hier kunnen we blijven staan. ’s Morgens om 06.00 uur horen we de mannen druk praten over onze auto, precies bij ons slaapkamer raam. Even later wordt er op de deur geklopt. Half slapend open ik de deur om te vragen wat er aan de hand is. Ze willen onze naam, want die hebben ze nodig voor hun chef??? Nou we zijn binnen een half uur weg, dus die krijgen ze niet van ons. We worden aardig en vrolijk uitgezwaaid door de heren. 

 

De laatste 11 km naar Grutas de Languin is via een onverharde weg, waarbij we af en toe behoorlijke stukken stijgen en dalen. Na 2 uur komen we bij het park aan, waar we met bewakingsmannen weer veilig kunnen slapen. Tegen zonsondergang lopen we naar de ingang van de grot. Het is even wachten, maar dan zien we de eerste vleermuizen naar buiten komen. Deze gaan op verkenningstocht. Binnen 10 minuten komen er duizenden vleermuizen uit de grotten gefladderd. We staan heel dichtbij, waarbij ik (Hannie) toch altijd weer kriebels overal krijg. Het is onvoorstelbaar hoeveel beestjes er in de grotten leven. 

 

De volgende morgen bezoeken we de grot zelf. Bij de ingang stroomt een waterval uit de grot. De grot is verlicht, waardoor we de mooie omgeving met alle stalactieten en stalagmieten kunnen bewonderen. Er heerst een mystieke sfeer, waarbij je met je fantasie verschillende dieren kunt onderscheiden. Euhhh wij hebben weinig kunnen ontdekken. Terwijl we door de grot lopen is het goed uitkijken, want het is gigantisch glibberig. Om één of andere reden zijn we dan ook allebei weer blij als we terug buiten staan. 

 

Cascadas El Paraiso

25 km van Rio Dulce zijn de watervallen El Paraiso. Na het betalen van onze ticket, volgen we de gids richting het parkeerterrein. We rijden langs de rivier waar lokale mensen zichzelf en hun kleding wassen. In onze zwemkleding lopen we naar de watervallen die uitmonden in een natuurlijke waterbron. Het bijzondere is dat het water dat vanaf de bergen komt heel warm is en zwavel bevat. Op het moment dat het neervalt, overheerst de koelte van de waterbron. De natuur is hier weer zo mooi. Samen met een groep politieagenten (veiliger kunnen we niet zijn) genieten we van het heerlijke water. Als we uit het water komen, staan er twee gewiekste meisjes, die bananenkoeken verkopen. Na een eerste afwijzing hebben ze het al snel voor elkaar. We kopen koeken, die overigens prima smaakten. 

 

 

Na onze zwempartij rijden we naar de andere kant van de weg om te kamperen aan het meer ‘Lago Izabal’. Het is een plaatje en we zouden hier makkelijk een week kunnen blijven. We zijn nog zo uitgerust, daarom rijden we de volgende dag verder.

 

 

 

 

 

 

Rio Dulce

 

We vervolgen de weg zuidelijk naar het plaatsje Rio Dulce , de originele naam is Fronteras. Het plaatsje ligt aan de gelijknamige rivier. De volgende morgen vertrekken we met een boottocht over de Rio Dulce naar Livinston, een klein plaatsje aan de Caribische Oceaan. Met een enkele stop onderweg arriveren we na 2 uur in de haven van Livingston in het Garifuna gebied. We kijken rond, we gaan op zoek naar het strand, maar dat valt tegen. Het is zwart zand en er ligt veel troep op het strand. Het is niet echt uitnodigend. In een restaurant bestellen we het lokale gerecht: Tapado Garifuna Soep. Dit is een goed gevulde vissoep, gemaakt met kokos, crème en bananen. We hebben beiden nog nooit zo’n lekkere vissoep gegeten. Nu moeten we het geheime recept nog zien te vinden. 

Poptún

We rijden een stukje naar het zuiden naar een Finca net buiten de plaats Poptún. We worden op leuke manier ontvangen. Als we zeggen dat we voor 1 nacht willen blijven, wordt er gelijk gezegd (uit gekkigheid) dat het niet mogelijk is, het is te kort. Er heerst een heerlijk relaxte sfeer. ’s Avonds in het restaurant wordt er een goed buffet geserveerd. Het bevalt ons hier uitstekend, dus gaan we overstag en blijven hier 2 nachten.

 

Tikal

 

Na een kopje koffie bij Bep, waar we samen met Jack napraten over het gezellige Hollands etentje, ronden we onze reis in Belize af. Bij de grens van Belize ontvangen we onze exit stempel. De auto wordt voor de grens van Guatemala gedesinfecteerd. Bij de immigratiedienst  ontvangen we een visa  en vehicle permit voor 90 dagen, voor de CA-4 landen (Guatemala, Honduras, El Salvador en Nicaragua).  Als het allemaal geregeld is, rijden we naar Tikal.

 

Tikal is één van de beroemdste Maya tempels in Guatemala. Bij de ingang van het park is een mooie camping. We gaan vroeg uit de veren om rond 6.15 uur het park te verkennen. Uiteraard komen we hier voor de tempels, maar het is een combinatie van de omgeving, de vogels, apen en andere dieren die hier leven. In alle vroegte hebben we de meeste kans om vogels te spotten. Er vliegen genoeg papagaaien, we zien een toekan vogel en de aapjes (Howler en Spider Monkey’s) slingeren in de bomen rond. Het is mistig de eerste uren, waarbij onze meningen verdeeld zijn. JP baalt een beetje, omdat hij geen mooie foto’s kan maken, terwijl ik geniet van de bijzondere mystieke sfeer. Van de 6 grote tempels, mag je er maar één beklimmen. Bovenop de tempel hebben we een fantastisch mooi uitzicht over het hele park, de andere uitstekende tempels en de wijde omtrek. Halverwege de morgen breekt langzaam aan de zon door.  Na bijna 6 uur rondstruinen hebben we nog niet alles gezien, maar zijn we verzadigd en vinden we het genoeg. 

 

 

Please reload

© JP & Hannie, Global Travellers since July 2010